Januari 2012
© Carolien Oosterhoff

Tijdens de Kerstnachtdienst in De Duif heeft de voorganger zojuist het ‘Lied Voor Bijna Iedereen’ ingezet; de tekst van Huub Oosterhuis. Een zinsnede uit dit lied treft me steeds weer.“Wie leeft die maakt zijn eigen lied en wie niet leeft verstaat het niet.” Driftig knikt de mevrouw voor mij. Haar grijze haar danst op en neer van instemming; zij vindt dat óók. Nog geen vijf minuten later wordt de hele gemeente gedirigeerd mee te zingen. En ik wil maar een ding: de tweede stem inzetten. Ik ken het lied tenslotte. De meneer rechts van mij lacht me toe en gebaart bevestigend: Ja, mooi, mooi! Dóen! Galmend gelukkig volg ik mijn eigen geluid. De mevrouw voor ons echter, die kort daarvoor nog zo vurig had ingestemd met ‘het zingen van je eigen lied’, is duidelijk een andere mening toegedaan. Boos kijkt ze achterom met een blik die zegt: dat dóe je niet, de tweede stem inzetten. Foei. Ik val – letterlijk – uit de toon. De Kerstgedachte is een niet zo lang leven beschoren.

Het lied vervolgt: “Laat ze maar roepen, jij, jij, jij, wie leven wil, die zingt zich vrij.”

Zingen en vrijheid is blijkbaar niet voor iedereen een voor de hand liggende combinatie, bedenk ik terwijl ik ferm mijn eigen wijsje aanhoudt. Het zingen van je eigen lied is regelrechte levenskunst. Ik snap Huub Oosterhuis goed. Je moet discipel zijn van je eigen pad. Daarvoor is deze discipline nodig dus ik zet door. Ik ben toegewijd aan mijn eigen lied in de meeste brede zin van het woord in dit leven. De mevrouw voor me haalt nog eens flink uit in de hoogte.

Op de terugweg naar huis bespreek ik dit voorval met vriend D. Dat het me gestoord heeft, haar blik. Mijn oordeel over haar oordeel over mij. Een drietrapsraket veroordelingen. En meteen concluderen we samen: als we daar van af kunnen zien, zijn we echt trouw aan ons eigen lied.

De voorganger had ons toegewenst dat we opgetild zouden worden deze avond. Midden in de winternacht, al fietsend door de plenzende regen door de Jordaan roepen we tegelijkertijd na deze conclusie uit: “Amen!” We vinden hem wel geslaagd in zijn missie.